Evangelisatie zou moeten leiden tot discipelschap

De bedoeling van evangelisatie, zoals dat beschreven wordt in Marcus 16:15, kan alleen begrepen worden in het licht van de opdracht om discipelen te maken in elke natie op aarde (Mattheus 28:19). Dit is het hele plan van God voor de onbekeerden.
De bekeerling moet veranderd worden in een discipel. Helaas is vandaag de dag zelfs een zogenaamde bekeerling vaak geen echte bekeerde, want in veel gevallen heeft hij niet echt berouw gehad (ofwel: schuld beleden over zonde). Tijdens de evangelisatiebijeenkomst, werd hem verteld dat hij slecht hoefde te geloven, zonder dat er ook maar een woord gesproken werd over BEROUW. Veel van de bekeerlingen van vandaag zijn dan ook het beste te vergelijken met te vroeg geboren baby’s, uit de baarmoeder getrokken door ongeduldige vroedvrouwen (‘evangelisten’) die belust op goede statistieken werkten, terwijl de baby’s nog niet klaar waren om geboren te worden. Deze te vroeg geboren baby’s gaan dan óf dood, óf ze blijven de rest van hun leven ‘probleemgevallen’. De engelen verheugen zich over bekeerlingen die berouw hebben, niet over zondaren die alleen maar geloven (Lucas 15:7 en 10).
Maar zelfs als er een grondig berouw is en een persoon heeft zich oprecht bekeerd, dan moet hij geleid worden naar discipelschap, om daardoor Gods keuzes voor hem uit te voeren. Evangelisatie, die niet leid tot discipelschap is een niet afgemaakt werk. Het is vaak het verlangen van de evangelist om zijn eigen koninkrijk te bouwen, dat samenwerking in de weg staat met mensen die wel in staat zijn om van ‘bekeerlingen’ discipelen te maken. We hoeven zulke predikers niet te veroordelen, want ons wordt verteld niet te veroordelen. Zij zullen echter wel degelijk verantwoording af moeten leggen aan de Heer over het verhinderen van bekeerlingen om discipelen te worden.
Laten we nog eens kijken naar de opdracht in Marcus 16:15, samen met Mattheus 28:19-20 en proberen om de hele bedoeling van God te begrijpen.
De eerste stap van het begeleiden van mensen naar berouw en geloof moet zijn hoogtepunt bereiken in de waterdoop (zoals Jezus duidelijk maakte in Marcus 16:16). De evangelisten die niet spreken over de waterdoop, uit angst om onbekeerde bisschoppen en dergelijke te beledigen, spreken niet op de manier waarop Petrus sprak op de pinksterdag (Handelingen 2:38).
Daarnaast, in Mattheus 28:19, geeft de Heer ons de opdracht om discipelen te maken. Dit betekent ook:

  1. het begeleiden van deze bekeerlingen in het los komen van hun buitensporige liefde voor hun familieleden die hun verhinderen om de Heer te volgen (Lucas 14:26),
  2. hen te helpen om los te komen van materiële zaken (Lucas 14:33), en
  3. hen te leiden naar het dagelijks opnemen van hun eigen kruis voor de rest van hun leven (Lucas 14:27).

Dit zijn de drie minimale vereisten om een discipel te worden.
Mattheus 28:19 herhaalt vervolgens de noodzakelijkheid van de waterdoop. Alhoewel de waterdoop in beide opdrachten genoemd wordt is het bijna zeldzaam om een evangelist te vinden vandaag de dag die de moed heeft om er over te spreken. Ze hebben meer angst voor mensen dan voor God en geven er liever de voorkeur aan interkerkelijk te zijn, en dus groot in de ogen van mensen te zijn, dan dat ze de hele raad des Heren te onderwijzen, om groot te zijn in Zíjn ogen.
Mattheus 28:19 gaat verder met te zeggen dat deze discipel alles geleerd moet worden wat Jezus geboden heeft – en niet alleen dat, maar ook om elk gebod van Jezus te gehoorzamen en in praktijk te brengen. Je hoeft alleen maar de hoofdstukken van Mattheus 5, 6 en 7 te lezen om enkele dingen te zien die Jezus gebood – waarvoor de meeste gelovigen niet eens de moeite voor doen om zich er aan te houden.
We zien hier dus wat een enorme taak het is om beide opdrachten uit te voeren. Er is een behoefte aan mensen die gegrepen zijn door de noodzaak om de hele raad van God te onderwijzen (te verklaren), die met hun hele hart gehoorzaam zijn aan alles wat Jezus geboden heeft (voor zover ze er zicht op hebben) en die een gepassioneerd verlangen hebben om het lichaam van Christus (op) te bouwen.
Jezus zei dat Zijn discipelen herkend zouden worden aan één ding – hun wederzijdse liefde voor elkaar. Let daar op! Het zal niet vanwege de grote aantallen zijn waarmee discipelen herkend zullen worden, of door hun rijkdom; maar door hun hartstochtelijke wederzijdse liefde. De evangelische genezingsdienst die duizenden trekt om de boodschap te horen moet leunen op het volledige ledental van de lokale kerk(en), waar de discipelen elkaar liefhebben.
Toch is het erg verdrietig dat in de plaatsen waar jaar na jaar herhaaldelijk evangeliserende, genezingscampagnes georganiseerd zijn, het heel moeilijk is om zelfs maar één kerk te vinden waarvan gezegd kan worden dat de leden in die gemeente niet met elkaar ruziën of roddelen over elkaar, enzovoorts. Laat staan dat ze elkaar allemaal liefhebben. We kunnen het allemaal begrijpen als de nieuw bekeerden het moeilijk vinden om een overwinningsleven te leiden. Maar wat moeten we dan zeggen als ruzie en onvolwassenheid zelfs de levens karakteriseren van de oudsten in de kerken van ons land?
Dit is het duidelijkste bewijs dat de grote opdracht van Mattheus 28:19-20, discipelschap en totale gehoorzaamheid aan de geboden van Jezus, totaal genegeerd is. De opdracht van Marcus 16:15 (geloof en waterdoop) wordt alleen gehoorzaamd en zelfs dat vaak nog maar gedeeltelijk (als de waterdoop weggelaten wordt).
In Marcus 16:15-20 ligt de nadruk op evangelisatie, de boodschap die bevestigd wordt door tekenen en wonderen gedaan door de Heer. In Mattheus 28:19-20 ligt de nadruk op discipelschap, waarbij in het leven van de discipel totale gehoorzaamheid aan de geboden van Jezus duidelijk zichtbaar is. Veelvouden van christenen zijn druk doende met het eerste; weinig, heel weinig met het laatste. Toch is het eerste zonder het laatste net zo incompleet en waardeloos als een half menselijk lichaam. Maar wie heeft de ogen om dat te zien?
In de bediening van Jezus zien we dat grote scharen mensen Hem volgden, vanwege Zijn evangelische, genezende bediening. Hij draaide meteen om en leerde hen over discipelschap (Lucas 14:25-26). Dat zouden de evangelisten van vandaag ook moeten doen, óf zelf óf in samenwerking met andere apostelen, profeten, leraren en herders die het werk dan kunnen afmaken waar zij me begonnen zijn.
Toen Jezus discipelschap predikte aan de scharen (d.i. aan grote groepen mensen), werd die groep snel verkleind tot het handjevol van elf discipelen (vergelijk Johannes 6:2 met Johannes 6:70). De rest van het volk vond die boodschap te zwaar en ging weg (Johannes 6:60, 66). Het waren echter die elf discipelen die Gods bedoelingen uitvoerden in de wereld en verder gingen met het werk dat Jezus begonnen was.
Vandaag moeten we diezelfde bediening uitvoeren als Zijn Lichaam op aarde. Nadat de evangelist de grote groepen mensen vergaderd heeft, dan moeten wij er zijn om de bekeerlingen te begeleiden naar discipelschap en gehoorzaamheid. Zo en alléén zo zal het lichaam van Christus (op)gebouwd worden.

Bron: Zac Poonen, HET WOORD VOOR DE WEEK, November 2012 (4)
Vertaling: Michel de Ruijter

Advertisements

Over De Eindtijdbode

Een 'roepende in de woestijn' die 'de bazuin blaast' om velen (via GRATIS Bijbelstudies) te tonen "de dingen die - volgens Gods plan - spoedig geschieden zullen". Volgens Openbaring 1 vers 1, 10 en 19.
Dit bericht werd geplaatst in Evangelisatie, Gehoorzaamheid aan God, Voor u gelezen en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s