Opeenvolgende profetische gebeurtenissen: De grote verborgenheid

Vervolgstudie: KLIK HIER om Hoofdstuk 7 te lezen of te bekijken.

Hoofdstuk 8

De grote verborgenheid: meer over Christus en Zijn Bruidsgemeente

De 7 zegels en hun betrekking tot de 7 Gemeenten

De 7 Gemeenten, ons in het Boek Openbaring (in hoofdstuk 2 en 3)[1] genoemd, vormen tezamen DE ENE GEMEENTE VAN DE HERE JEZUS CHRISTUS, welke wij kennen als het LICHAAM VAN DE HERE. In de 7 zegels, ons eveneens in het Boek Openbaring (in hoofdstuk 5, 6 en 8) genoemd, zien wij het Goddelijk plan om deze 7-voudige Gemeente van de Here Jezus Christus te leiden tot in de volmaaktheid (d.i. de geestelijke “volkomenheid”) van de BRUIDSGEMEENTE; een volkomenheid, die er slechts kan zijn in CHRISTUS, DE HEMELBRUIDEGOM! Halleluja! Tot goed begrip kunnen beide, de 7 Gemeenten alsook de 7 zegels, niet afzonderlijk worden beschouwd, omdat zij beide begrepen zijn in wat de Geest noemt “DE GROTE VERBORGENHEID”. Deze zal straks, aan het eind der tijden, worden geopenbaard.
Vóór de wederkomst van de Here Jezus Christus moet Zijn Bruidsgemeente reeds volmaakt zijn, reeds ingeleid zijn in de volmaaktheid van haar Heer en Bruidegom. Dit “inleiden tot”, dit “komen tot”, kan niet door mensen bewerkstelligd worden. Daarom wordt dit wondervolle werk van de Heilige Geest IN CHRISTUS’ LICHAAM door God Zelf ter hand genomen. Hij is en blijft “de overste Leidsman en Voleinder van alle geloof” (zie Hebr. 12:2). Amen.
Het is daarom, dat wij geloven, dat – waar wij nu al leven in “de laatste dagen” – de OPENING van de bij dit heiligingswerk betrokken 7 zegels AL plaats heeft gehad! Nogmaals: God is – door Zijn Geest – deze opening AL begonnen om Zijn volk, en in het bijzonder Zijn Lichaam, tot VOLMAAKTHEID te brengen. En al spreken deze 7 zegels ons van strenge oordelen, toch dienen wij in dit licht te verstaan, dat zij alle toch ook dienen moeten tot het WAKKER SCHUDDEN[2] van Gods kinderen om hen te leiden in een DIEPERE AANBIDDING.
“Opdat Hij haar zou heiligen, door haar te reinigen met het waterbad door het Woord, opdat Hij haar in heerlijkheid voor Zich zou plaatsen, een Gemeente zonder smet (SV: vlek) of rimpel of iets dergelijks, maar dat zij heilig en smetteloos (SV: onberispelijk) zou zijn.” (Ef. 5:26-27, HSV)
Voorwaar, als er geen oordelen zouden zijn, zou ook het Lichaam van de Here (d.i. de Gemeente) slap, slaperig en lauw BLIJVEN, om uiteindelijk geheel af te wijken van de levende God! Daarom begint “het oordeel” van God altijd “bij het huis van God” (zie 1 Petr. 4:17). Het is zelfs “gevaarlijk” voor de Gemeente van de Here Jezus Christus om zonder Zijn oordelen te zijn, want deze moeten haar juist brengen en houden op haar plaats in Gods plan, waar het VUUR van UITBRANDING alle restanten van “het vlees” – beeld van onze oude, zondige natuur – zal (kunnen) verteren.
Wanneer straks Gods oordelen zullen komen over een steeds verder van Hem afglijdende wereld, zal Gods Gemeente temidden daarvan kunnen staan als een “Zuil (SV: Pilaar) en fundament van de Waarheid” (zie 1 Tim. 3:15, HSV), als een grote Rots-briljant, schitterend aan alle zijden!
“De Koningsdochter is innerlijk één en al heerlijkheid; haar kleding bestaat uit borduurwerk van gouddraad. In kleurrijk geborduurde kleding wordt zij naar de Koning geleid; jonge meisjes, haar vriendinnen in haar gevolg (beter gezegd: medegelovigen die haar en haar voorbeeld volgen), worden bij U gebracht. Zij worden geleid in grote blijdschap en vreugde, zij gaan het paleis van de Koning binnen.” (Psalm 45:14-16, HSV)
Zó bezingt de psalmist de Bruid/Bruidsgemeente en haar gevolg! En net zoals het van haar Bruidegom gezegd wordt, zo zal ook zij hetzelfde getuigenis hebben: “Rijd voorspoedig uit in Uw glorie, op het Woord van Waarheid, zachtmoedigheid en gerechtigheid;…” (Psalm 45:5, HSV). En dit, omdat zij dan aan Hem gelijkwaardig zal zijn geworden door de werkingen van de Heilige Geest, want zij zal dan zijn “HEILIG en ONBERISPELIJK”!
Laten wij daarom de oordelen die God zendt niet vrezen, maar – door het geloof – weten waartoe zij (zullen) moeten dienen:

  • voor hen, die IN Hem zijn, als “stimulans/aansporing” tot meerdere reiniging en heiliging;
  • voor degenen, die buiten Christus leven, tot VERoordeling en VERdelging.

De waarachtige kinderen Gods zullen dan dichter tot Hem worden gebracht om geheel en al te schuilen “in de kloven van de Rots” (zie Hoogl. 2:14), terwijl allen die niet geloven en in ONgehoorzaamheid leven zullen, worden verslagen. Zelfs “de rank” die in Hem – als “de ware Wijnstok”“géén vrucht draagt, neemt Hij weg” (zie Joh. 15:1-2). En dat is, voorwaar, géén kleinigheid geliefden!

  • “En Hij heeft u, die voorheen vervreemd was en vijandig gezind, zoals bleek uit uw slechte daden, nu ook verzoend, in het lichaam van Zijn vlees, door de dood (van uw oude, zondige natuur), om u heilig en smetteloos en ONberispelijk voor Zich te plaatsen, als u tenminste in het geloof blijft, gefundeerd en vast, en u niet laat afbrengen van de hoop van het Evangelie,…” (Kol. 1:21-23a, HSV).
  • “Opdat u onberispelijk en oprecht zult zijn, kinderen van God, smetteloos te midden van een verkeerd en ontaard geslacht, waaronder u schijnt als lichten in de wereld” (Filip. 2:15, HSV).

Deze ONbevlekte staat van de Bruidsgemeente (gelovigen uit de 7 Gemeenten tezamen) wordt dus bereikt langs en door dit reinigings-en-heiligings-proces van God. Dus niet “plotseling”, “opeens” – zij is al bijna 2000 jaar aan de gang! Wat een oneindig geduld en welk een uitermate grote volharding en verdraagzaamheid doet de Here God ons hierin kennen! Gods GROTE VERBORGENHEID, welke straks zal worden geopenbaard, nam een aanvang (d.i. ontstond – en was dus als “kiem” aanwezig) mèt en in de schepping van Adam en Eva, het eerste mensenpaar op deze aarde, dat God zette “in de Hof van Eden” (zie Gen. 2:8).
God schiep eerst Adam en uit de rib, die Hij uit Adam genomen had, “bouwde Hij de vrouw (Eva) en bracht haar tot Adam” (zie Gen. 2:22). De volmaakte wijsheid, die eveneens de volmaakt geschapen mens, Adam, kende, deed hem in volle bewustheid zeggen: “Deze (Eva) is been van mijn beenderen, en vlees van mijn vlees!” (zie Gen. 2:23a). Glorie voor God, de BOUWER! De vrouw werd dus genomen uit Adams zijde, zoals geschreven staat: “uit de man is zij genomen” (zie Gen. 2:23b, HSV). Hier maken wij kennis met de eerste profetische typen, welke ons spreken van wat er gebeurd is met Jezus Christus en “hoe” de Bruidsgemeente is ontstaan. Oók zij is voortgekomen uit de zijde van Jezus Christus, haar Bruidegom. Want de Schrift zegt, dat “één van de soldaten met een speer in Zijn zij stak en meteen kwam er bloed en water uit” (zie Joh. 19:34). En in het verband met en de samenhang van dit Schriftgedeelte en Handelingen 20:28 en 1 Johannes 5:8 verstaan wij dat dit getuigenis waarachtig is.

  • “Zie dan toe (SV: hebt acht) op uzelf en op heel de kudde, te midden waarvan de Heilige Geest u tot opzieners aangesteld heeft om de Gemeente van God te weiden, die Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed.” (Hand. 20:28, HSV)
  • “En drie zijn er die getuigen op de aarde: de Geest, het water en het bloed; en deze drie zijn één.” (1 Joh. 5:8, HSV)

De Bruidsgemeente is verkregen door Zijn BLOED, dat uit Zijn zijde vloeide; zij is gewassen in het “badWATER van het Woord”, geweid op de malse weiden van, Zijn WOORD; gehoed door de “opzieners” in de kracht van de HEILIGE GEEST

Typologische, profetische parallellen

Typologische, profetische parallellen doet de Heilige Geest ons vinden in de levensbeschrijvingen van respectievelijk:

  • Abraham en Sara     (zie Gen. 17:15-17)
  • Izak en Rebekka      (zie Gen. 24:67)
  • Jakob en Rachel       (zie Gen. 29:28).

Zoals de “verbintenis” van man en vrouw, en van Adam en Eva, gekenmerkt werd en wordt door een “grote VERBORGENHEID” (van Gods zijde, te vinden in de verzen 18-22 van Genesis 2, en van de zijde van de mens, te vinden in de verzen 23-25), net zo was er sprake van een “grote VERBORGENHEID” in de elkaar “aanklevende levens” van Abraham en Sara (zie Gen. 17:19, 18-9-10 en 11-13) en net zo in de levens, die tot elkaar werden gebracht en elkaar bekenden (d.i. gemeenschap hadden), van Izak en Rebekka en van Jakob en Rachel (zie Gen. 29:28, 30 en 11:30). Daar was bruidsgemeenschap, huwelijk, vermenigvuldiging / voortplanting, “het tot één vlees zijn” in de striktste zin van het woord, op Gods gezette tijd!
Onze bede is dat God, de Heilige Geest, onze ogen óók zal openen voor de profetische overeenkomsten, zoals die in het Woord te vinden zijn voor hen, die willen zien en onderscheiden:

  • Abraham, die Sara, zijn vrouw, tot tweemaal toe “verloor” (ofwel: kwijt raakte). Eerst aan Farao (zie Gen. 12:14-20) en daarna aan Abimélech, koning van Gerar (zie Gen. 20:1-18);
  • Izaks vrees, vanwege het gevaar dat dreigde, voor Rebekka, van de kant van Abimélech (zie Gen. 26:7-9);
  • Jakobs zorg en verdriet in verband met de MISleiding en het bedrog van Laban, voor wat Lea betrof, en zijn grote liefde voor Rachel, de vrouw van zijn hart (zie Gen. 29:15-30; in het bijzonder vers 18a).

Dit in verband met de dwaling van Gods Gemeente tijdens “de duistere Middeleeuwen” en de geestelijke slaap (of: dwaling) van de Bruidsgemeente in de tijd, waarop Hooglied 5:2-4 en Mattheüs 25:1-13 (de gelijkenis van de wijze en dwaze maagden)[3] op doelen.
Onderzoeken wij het één en ander in samenhang en in profetisch licht met Openbaring 12:2, 4b en Mattheüs 22:1-14, zo mogen wij verstaan, dat vóórafschaduwende profetische gebeurtenissen hun vervullingen vinden in de beelden van CHRISTUS en ZIJN BRUIDSGEMEENTE.
Rebekka, Izaks bruid – gevonden en gekozen door Abrahams dienstknecht Eliëzer, in een ver land; het land van de familie van de bruidegom – kwam tot Izak bij “de put” van “Lachai-Roï” (letterlijk: Bron van de Levende!) “tegen het vallen van de avond” (zie Gen. 24:62-63) en… NAdat zij alles verlaten had om zijn bruid te worden. Zó is ook de Heilige Geest (waar Eliëzer een type van is) uitgezonden, om Jezus Christus (waar Izak een type van is) een Bruid (waar Rebekka een type van is) te vinden, te leiden en te voorzien van alle “bruidssieraden” (de gaven, ambten en bedieningen van de Geest) voordat Hij haar kan brengen tot de “bruiloft” (zie Matth. 25:10b, Luk. 17:32-36 en in het bijzonder vers 37, 1 Petr. 2:10 en Ef. 3:16-19). En zo zal ook zij, de Bruidsgemeente, tot haar Bruidegom (d.i. de Here Jezus Christus) worden gebracht – beter gezegd: WORDEN GELEID… – ten tijde van de vallende GEESTELIJKE AVOND (lees: NACHT) in deze tijdsbedeling.
Voorwaar (!) “…velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren” (zie Matth. 20:16 en 22:14). 

De GROTE VERBORGENHEID: de Bruiloft van het Lam van God

Met betrekking tot het huwelijk van Christus, de Hemelbruidegom en Zijn Gemeente (de Bruid of Bruidsgemeente wel te verstaan, zijnde “de wijze maagden” uit de Gemeente – zie Matth. 25:1-13) dienen wij achtereenvolgens en in samenhang een nauwgezette studie te maken van de volgende Schriftgedeelten; namelijk:

  • Mattheüs 25:1-13 – over de gelijkenis van “de wijze en dwaze maagden”[4] – en
  • Mattheüs 24:36-41 – over de tijd van het opnieuw uitbotten van de vijgenboom (Israël) en het terugkeren van de dagen van Noach – en
  • Lukas 17:32-37 – over het aangenomen of verlaten worden op grond van onze bepalende keuze in het leven. Deze aanname (een verwijzing naar de Bruiloft van het Lam) zal plaats hebben vóór de grote verdrukking een feit zal zijn.

In het Schriftgedeelte van Lukas 12:35-36 vinden wij de volgende passage:
“Laten uw lendenen omgord zijn en de lampen brandend. En u, wees gelijk aan mensen die op hun heer wachten, wanneer hij TERUGKOMT VAN DE BRUILOFT, om hem, als hij komt en klopt, meteen open te doen”, terwijl vers 34 (van Lukas 12) ons indachtig maakt, dat alles betreffende de Here Jezus en Zijn Koninkrijk ons een schat moet zijn, waar ons hart warm voor moet kloppen.
In vers 36 (van Lukas 12) is er sprake van een TERUGKOMEN NA DE BRUILOFT; de Bruiloft van het Lam moet dus dan al plaats gehad HEBBEN, de grote GEMEENSCHAP van de Bruidegom met Zijn Bruid (de zgn. “uitverkorenen” – namelijk “de wijze maagden” – zie Matth. 25:1-13). Hij zal dan, door de leden van de Bruidsgemeente heen, tot de Zijnen spreken in Zijn Goddelijke kracht. Dit geschiedt dus vlak vóór de grote verdrukking, vlak vóór de wegvoering van de Bruidsgemeente naar de woestijn.
De Here Jezus Christus begon Zijn Messiaanse bediening met het wijn-wonder op een bruiloft te Kana (zie Joh. 2:1-12), waarmee Hij Zijn heerlijkheid en macht manifesteerde. In het laatste der dagen, op het einde van deze tijdsbedeling, zal er geen groter wonder, geen groter teken zijn, dan de manifestatie van Gods “GROTE VERBORGENHEID”, de Bruidsgemeenschap van Christus met Zijn Gemeente als Zijn Bruid, waarbij de Gemeente “dronken” (d.i. vol) zal zijn van Gods hemelse Wijn (beeld van Gods Geest, de Heilige Geest)! Halleluja!
Vanaf de periode dat de “Vroege Regen” (de 1ste UITSTORTING van de Heilige Geest op die Pinksterdag, zie Hand. 2:1-4) gevallen is tot het ogenblik dat de Bruiloft van het Lam daar is, is de Gemeente in ONDERTROUW met de Here Jezus Christus.
“Want ik ben ijverig over u met een ijver Gods; want ik heb ulieden toebereid om u als een REINE MAAGD aan een man voor te stellen, namelijk aan CHRISTUS” (2 Korinthe 11:2, SV).
Deze “reine maagd” is, de VOLMAAKTE GEMEENTE, bestaande uit wedergeboren, en met Gods Geest vervulde gelovigen; zij zijn de (wijze maagden-)leden[5] van die Gemeente, het Lichaam van Christus.

  • “En Hij heeft alle dingen aan Zijn voeten onderworpen en heeft Hem als Hoofd over alle dingen gegeven aan de Gemeente, DIE ZIJN LICHAAM IS en de vervulling van Hem Die alles in allen vervult.” (Efeze 1:22-23, HSV)
  • “Nu verblijd ik mij in mijn lijden voor u en vervul in mijn vlees wat overblijft van de verdrukkingen van Christus, ten behoeve van ZIJN LICHAAM, dat is DE GEMEENTE.” (Kolossenzen 1:24, HSV)

Er is een grote dwaling, een verkeerde leer, in deze dagen: er heeft namelijk géén vereniging, géén gemeenschap, géén huwelijk met Christus plaats bij de wedergeboorte! De eis van de levende God is, dat de Gemeente voor dit (Goddelijk) Huwelijk[6] eerst VOLMAAKT moet zijn, “…een Gemeente ZONDER VLEK en ZONDER RIMPEL…” (zie Ef. 5:27). En deze eis is niet veranderd, hij is verankerd aan Gods GROTE VERBORGENHEID, want er staat geschreven: “Dit geheimenis (SV: deze verborgenheid) is groot; maar ik spreek met het oog op Christus en de Gemeente.” (Ef. 5:32, HSV).
Er zijn in het Woord van God vele (andere) “verborgenheden”. Deze houden allen het ONVERANDERLIJK PLAN VAN GOD in zich verborgen en ze worden alleen aan hen geopenbaard, die met volle overgave en algehele toewijding Hem in Zijn Woord zoeken en die dit Woord in hun hart bewaren. Van al deze Schriftuurlijke verborgenheden is de “Bruidsgemeenschap in het Huwelijk van Christus en Zijn Gemeente”, de grootste.
De Gemeente als de Bruid wordt eveneens uitgebeeld in het Oude Testament, al is daar sprake van “Sion”.
In Jesaja 54:5 lezen wij: “Want UW MAKER is UW MAN, HERE van de legermachten is Zijn Naam, en UW VERLOSSER IS DE HEILIGE VAN ISRAËL, de God van heel de aarde zal Hij genoemd worden.” (HSV)
In Jeremía 3:14 staat geschreven: “Keer terug, afkerige KINDEREN,… want Ík HEB U GETROUWD. Ik ZAL U NEMEN (SV: aannemen),… en Ik zal u naar Sion brengen” (HSV). Een andere Oudtestamentische verwijzing, die voor zichzelf spreekt vinden wij in Hoséa 2:18-20,Ik zal u VOOR EEUWIG (SV: in eeuwigheid) tot Mijn bruid nemen: ja, Ik zal u tot Mijn bruid nemen in GERECHTIGHEID en IN RECHT (SV: in gericht), in goedertierenheid en in barmhartigheid. IN TROUW (SV: in geloof) zal Ik u voor Mij als bruid nemen; en U ZULT DE HERE KENNEN. Op die dag zal het geschieden, spreekt de Here, dat Ik zal verhoren. Ik zal de hemel verhoren en die zal de aarde verhoren.” (HSV)
Wanneer wij deze teksten vergelijken met dat wat van de Gemeente en van de Here God in het Nieuwe Testament gezegd wordt – in Zijn wonderbaarlijke bemoeienissen met Zijn Lichaam door Zijn Heilige Geest, in de (Geestes)gaven, vruchten, ambten en bedieningen – dan spreekt alles van die wonderlijke harmonie, welke het ONuitwisbare Schriftuurlijk kenmerk is van de Godsopenbaring.
Wij onderscheiden dan:

  • AANnemen (O.T. – Jer. 3:14, SV)         “AANnemen” (N.T. – Luk. 17:34-36)
  • in eeuwigheid (O.T. – Hos. 2:18, SV)  “in de eeuwigheid” (N.T. – Openb. 19:6-19)
  • in gericht (O.T. – Hos. 2:18, SV)          “het oordeel van God begint bij het huis van God” (N.T. – 1 Petr. 4:17)
  • in geloof (O.T. – Hos. 2:19, SV)              “door geloof zijn alle dingen mogelijk” (N.T. – Mark. 9:23 )
  • kennen (O.T. – Hos. 2:19)                    “géén groter kennis, dan door vereniging, gemeenschap, huwelijk” (N.T.)

De TABERNAKEL in de woestijn en de TEMPEL van Salomo waren zuivere typen van de Bruidsgemeente des Heren, welke is het Lichaam van Christus. In dit licht is het niet moeilijk te verstaan, zoals wij al eerder hebben opgemerkt, dat Mozes de “mannelijke zoon” is van de eerste (dus van de tabernakel); terwijl Jezus, de “mannelijke Zoon” is van de tweede, de tempel (zie mijn brochure: “Heidenvolken in Profetisch Licht”, blz. 43 en 44)[7].
Wij verwijzen – misschien ten overvloede – nog naar de hieronder volgende passages in de Bijbel!
“De MORGENSTERREN zongen vrolijk tezamen, en al de KINDEREN GODS juichten” toen Jezus gezonden werd als DE VERLOSSER der wereld (zie Job 38:7 – lees ook nog de verzen 1-7), en… “En plotseling (SV: van stonde aan) was er bij de engel EEN MENIGTE VAN DE HEMELSE LEGERMACHT, die God loofde en zei: EER ZIJ AAN GOD in de hoogste hemelen, en VREDE op aarde, IN MENSEN (waarin God) een welbehagen (heeft)(Luk. 2:13-14, HSV). En dit alles werd mogelijk door Jezus Christus, de Here! Vandaar dat er straks de hoogste blijdschap zal worden gekend en de uitbundigste lofprijzing zal worden gegeven, want er staat geschreven: “Laten WIJ blij zijn en ons verheugen en Hem de heerlijkheid geven, want de Bruiloft van het Lam is gekomen en Zijn Vrouw heeft zich gereedgemaakt.” (Openb. 19:7, HSV – lees ook nog de verzen 5-9). 

De mannelijke zoon

De “mannelijke zoon” of het “manneke” (zie Openb. 12:1-5), zijnde de 144.000 (zie Openb. 14:1-5), is de “vrucht”, de “afstammeling” van Jezus, de Zoon van God, door het Woord en de Geest! En wel als direct resultaat van het daadwerkelijk Huwelijk van Christus met de Gemeente, want de Bruiloft van het Lam[8] van God is net zo goed LETTERLIJK te zien als (vooral ook) GEESTELIJK.[9] Zoals destijds de “maagd van Israël”, Maria, LETTERLIJK bevrucht (overschaduwd) werd door de Heilige Geest en Jezus in letterlijke zin werd geboren, zo zal ook straks de Bruidsgemeente, het Lichaam van Christus, bevrucht (en dus weer: overschaduwd) worden door Zijn Geest. Dan zal “letterlijk” (d.i. voor een ieder zichtbaar en/of merkbaar) deze “mannelijke zoon” geboren worden (d.i. “voortkomen” uit de Bruid – zie noot 9)…
Deze “mannelijke zoon” is/wordt dan een verlosser (bevrijder) en heerser òf hoeder van de volkeren (natiën). De geboorte van deze “mannelijke zoon” is de vervulling (de voleinding) van “de verborgenheid van God”.
God zij al de glorie! Amen.

C.J.H. Theys
Enigszins bewerkt door A. Klein

(wordt vervolgd)


[1] Voor meer over de 7 Gemeenten uit Openbaring 2 en 3, zie – op ons weblog www.EindtijdbodeBijbelstudies.wordpress.com – de studie De OPENBARING van Jezus Christus: Die IS en Die WAS en Die KOMEN ZAL”, van CJH Theys. (noot – AK).
[2] Zie eventueel – op onze website www.eindtijdbode.nl – de studie God gaat in de eindtijd de Gemeente/Kerk en de wereld schudden, van E. van den Worm. (noot – AK)
[3] Zie eventueel – op onze website www.eindtijdbode.nl – het artikel “Een ANDER geluid – Het verschil tussen ‘het Lichaam van Christus’ en ‘de Bruid van Christus’ (Over de 5 wijze en de 5 dwaze maagden en hun eigen lotsbestemmingen in de eindtijd)” van A. Klein/E. van den Worm. (noot – AK)
[4] Zie noot 3.
[5] Zie noot 3.
[6] Zie eventueel – op onze website www.eindtijdbode.nl – de studie “Er komt spoedig een Goddelijke Bruiloft hier op aarde”, van E. van den Worm. (noot – AK)
[7] Deze brochure is – helaas – niet in mijn bezit. (noot – AK)
[8] Zie noot 6.
[9] Jezus komt als BRUIDEGOM voor Zijn – reeds op deze aarde – gereinigde Bruid. De Bruiloft van het Lam is dan een feit en Zijn Vrouw (voorheen genaamd de Bruid) is dan (nàdat de Bruiloft heeft plaatsgevonden) reeds zwanger geworden (zie Openb. 12:2) van de geestelijke zonen, de 144.000 (die – in geestelijke zin natuurlijk – “uit haar voortkomen” door de VOLLE INWONING en WERKING van de Heilige Geest) vanwege de gemeenschap (in de geest) met haar Bruidegom.
In het natuurlijke leven wordt – na gemeenschap, bevruchting en geboorte – een baby zichtbaar, na 9 maanden verborgen te zijn geweest in de moederschoot. Hier – in geestelijk opzicht – is de mannelijke zoon ook eerst “verborgen” aanwezig in het Lichaam van de Bruid/Bruidsgemeente (want “de mannelijke zoon” is reeds onder hen), maar opeens, net als bij een natuurlijke geboorte, wordt deze zoon OPENBAAR (d.i. het openbaar worden van de zonen Gods – zie Rom. 8:18-19). Het is dus niet “de geboorte van een zoon” die – in geestelijke zin – nog moet groeien, maar deze zoon wordt openbaar (d.i. manifesteert zich) in de status van “een VOLWASSEN (d.i. VOLMAAKTE) zoon. Gekomen tot “de mate van de grootte van de volheid” van Christus (zie Ef. 4:13). (noot – AK)
Advertenties

Over De Eindtijdbode

Een 'roepende in de woestijn' die 'de bazuin blaast' om velen (via GRATIS Bijbelstudies) te tonen "de dingen die - volgens Gods plan - spoedig geschieden zullen". Volgens Openbaring 1 vers 1, 10 en 19.
Dit bericht werd geplaatst in Bruiloft van het Lam, Eindtijdstudie, Wederkomst van Christus. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s